De overstap naar vaste voeding
Wanneer en hoe begint u eraan?
Net als u het ritme van de borstvoeding of de flesjes wat gewoon bent, is het al tijd voor de eerste hapjes! Uw kleintje is net iets ouder dan vijf maanden wanneer het tijd is om vaste voeding te beginnen geven. Maar waar begint u? Wat zijn de verschillende stappen in dit proces? En wanneer kan uw kindje helemaal mee-eten aan tafel? Maar vooral ook, wanneer begint u met de overgang naar vaste voeding?
Begin niet te vroeg
Op 5 maanden zijn de smaakvoorkeuren van uw kleintje al goed gevormd. De ontwikkeling van de smaakzin bij uw baby begint al heel vroeg, want die wordt beïnvloed door wat mama tijdens de zwangerschap eet en eventueel door de borstvoeding. Als mama genoten heeft van een potje ijs voor de tv of een stukje chocolade midden in de namiddag, vond baby dat ook geweldig! Temeer omdat een klein baby'tje, opgekruld in mama’s buik, al heel wat smaakpapillen heeft: 9.000 maar liefst! Het is dan ook niet verwonderlijk dat uw kleintje heel gevoelig is voor smaken en misschien een voorkeur heeft voor zoet ...
Melk dekt alle behoeften van een baby vanaf de geboorte tot ongeveer 5 à 6 maanden. Als u flesvoeding geeft, is het dus heel belangrijk om de juiste babymelk te kiezen. Ook al popelt u om uw kindje te laten proeven van uw zelfgemaakte compotes of puree, haast u niet. Probeer uw baby nooit te pushen om te stoppen met borstvoeding. Dat kan ervoor zorgen dat uw kindje zich juist verzet. Als melk alleen niet meer genoeg is om in de voedingsbehoeften van uw kindje te voorzien, kan u rustig beginnen met vaste voeding, meestal rond zes maanden.
Begin in ieder geval niet vóór de vier maanden, vanwege de spijsvertering van uw kindje. Een te jonge baby kan vast voedsel nog niet goed verteren. Ook kan een kindje jonger dan 4 maanden geen vast voedsel doorslikken. De mond- en tongmotoriek van een klein kindje laat alleen zuigen en slikken toe. Tot slot kan te vroeg starten met vast voedsel het risico op voedselallergieën vergroten.
Introduceer vaste voeding geleidelijk
Eindelijk kunt u de stoomkoker voor babyvoeding uitpakken die uw schoonmoeder bij de geboorte cadeau gaf! Vanaf nu kan baby proeven van uw met liefde bereide groente en fruit.
Maar pas op, u mag niet meteen stoppen met baby- of moedermelk!
Deze melk blijft essentieel om uw kleintje te voorzien van voldoende calcium. Bij de start van de overgang naar vaste voeding wordt aangeraden om 3 flesjes per dag te blijven geven. Doordat de melk afbouwt, krijgt baby minder vet binnen en tegelijk meer eiwitten en koolhydraten via de nieuwe voeding.
U hebt waarschijnlijk allerlei tegenstrijdige raad gekregen over de volgorde waarin u voedingsmiddelen moet introduceren, dus wat opheldering is vast welkom! Alles begint met de bekende glutenvrije meelsoorten, daarna volgt een kleurrijke hoop groenten en fruitmoesjes, en kort daarna komt vlees erbij (rond de 7 à 8 maanden). Voor vis moet u wachten tot uw kleintje 1 jaar is.
De overstap naar vaste voeding in de praktijk
Stapje voor stapje! Nieuwe dingen kunnen baby's verrassen. Geef dus liefst telkens maar één nieuw voedingsmiddel tegelijk. Wacht daarna een paar dagen voordat u uw kindje een nieuwe smaak laat proeven. Begin altijd met kleine hoeveelheden en geef geleidelijk meer. Geef aan het begin van de overgang naar vast voedsel een paar lepeltjes groentepuree (worteltjes, prinsessenboontjes of erwtjes, die rijk zijn aan vitamientjes, mineralen en ijzer) of fruit (appel, peer, enzovoort) voor of na de fles. Als de hoeveelheden groot genoeg zijn voor een maaltijd, kunt u ze apart gaan geven. Het meest gebruikelijke patroon is om 's ochtends en 's avonds door te gaan met flesjes of borstvoeding en 's middags stap voor stap fruit, groenten en vlees te introduceren met een lepeltje.
Wat baby het moeilijkst accepteert, is niet de aard van het voedsel, maar de textuur. Maal of mix alles wat u aan uw baby gaat geven dus heel fijn. Op deze leeftijd apprecieert uw kleintje een romige structuur, omdat het slikken nog niet helemaal vlot gaat. Bied daarom alleen voedsel met een heel gladde structuur aan. U kunt het eten eventueel mengen met wat flesvoeding of mineraalwater. Een paar maanden na het starten met vaste voeding (ongeveer rond 8 maanden, als de eerste tandjes van uw ukkie beginnen door te komen), kan hij of zij ook puree met stukjes eten.
Dwing uw kindje niet, maar ga ook niet helemaal mee in zijn of haar eetgedrag. Dit kan ertoe leiden dat uw kindje bepaalde voedingsmiddelen blijft weigeren. U hoeft dat voedingsmiddel niet op te geven, maar kunt het later opnieuw aanbieden wanneer het smaakpalet van uw kindje verder is ontwikkeld! Doe geen zout bij het eten van uw kleintje, want fruit en groenten bevatten al meer zout dan melk. De nieren van uw baby kunnen voorlopig nog niet veel zout verwerken. Voedingsmiddelen waarmee u moet wachten: eigeel (niet voor uw kleintje 6 maanden is, noten (walnoten, amandelen, enz.) en pindaproducten (niet voor uw kleintje 3 jaar is).
De overgang naar vaste voeding zorgt ervoor dat uw baby krijgt wat hij of zij nodig heeft, nieuwe smaken leert ontdekken en stap voor stap mee opgenomen wordt in het gezinsleven. Maak er dus een fijn moment van. Ga bij uw kleintje zitten, vertel wat hij of zij gaat eten en laat zien hoe blij u bent dat uw kleintje van het nieuwe eten heeft geproefd. Binnenkort pakt hij of zij zelf de lepel om (bijna) alles op te eten wat u voorzet!